CPAP bij pasgeborenen

CPAP (continuous positive airway pressure) is een vorm van ademondersteuning bij pasgeborenen die respiratoire problemen hebben als gevolg van een surfactant deficiëntie.

 

Wat houdt CPAP in?

Pasgeborenen die ofwel te vroeg geboren zijn, of een infectie hebben bij de geboorte of een moeder hebben die aan diabetes mellitus lijdt, kunnen ademhalingsproblemen hebben na de geboorte als gevolg van IRDS (idiopathic respiratory distress syndrome). De oorzaak hiervan is een tekort aan surfactant, wat vanaf een zwangerschapsduur van 33 weken wordt aangemaakt door de longen zelf. Surfactant zorgt ervoor dat de alveoli tijdens de expiratie open blijven staan.  Als er te weinig surfactant wordt aangemaakt vallen de alveoli samen na de uitademing en kost het bij iedere volgende ademhaling erg veel inspanning om de alveoli weer te openen. Door middel van CPAP worden de alveoli continue opengeblazen waardoor ademarbeid minder zal zijn en neonaten minder snel uitgeput zullen raken.

 

Voorheen gingen pasgeborenen met onrijpe longen die CPAP nodig hadden over naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Sinds op de couveuse afdeling een CPAP apparaat beschikbaar is, kunnen zowel moeder als kind in het Hofpoort ziekenhuis blijven zolang als nodig is.

 

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.