Allergie

In de lucht die je inademt zit meer dan lucht alleen. Er zweven allerlei haartjes, pluisjes en stofjes in. Daar zie je niets van. Je ademt ze ook weer uit. Dat is heel gewoon. En beslist niet gevaarlijk. Grotere vuiltjes worden tegengehouden. Bijvoorbeeld in je neus. Aan de binnenkant van je neus zit slijmvlies. Dat is een vliesje in je neus dat slijm maakt. Het vuil blijft daarin steken. Je snuit je neus en het vuil is weer weg.

 

Onzichtbare beestjes

Behalve haartjes, pluisjes en stofjes zweven er in de lucht ook bacteriën. Een bacterie is een klein onzichtbaar beestje. Er zijn bacterien die goed voor je zijn, maar er zijn ook bacterien waar je ziek van kunt worden. Meestal komt het niet zover, omdat bacteriën worden tegenhouden. Maar daar is een gevecht voor nodig. De bacterie is de aanvaller. Het bloed is de verdediger en maakt een stof, een antistof, die naar de plaats van de aanvaller gaat en daar vecht.

 

'Anders reageren' op gewone dingen

Soms gebeurt er echter iets vreemds. Het bloed maakt antistoffen om een gevecht te beginnen, terwijl er helemaal geen gevaarlijke aanvaller is. Je ademt gewoon lucht in, met bijvoorbeeld een paar haartjes van katten. Niets aan de hand dus. Toch gaan er antistoffen naar je neus. Ze vechten en vechten, maar het helpt niets, want de haartjes blijven maar binnenkomen. Door het gevecht gaat het slijmvlies in je neus ontsteken. Je wordt verkouden en moet steeds niezen. Het houdt pas op als je geen kattenhaartjes meer inademt. Als dit bij jou gebeurt, heb je een allergie voor kattenharen. Een allergie betekent dat je ‘anders reageert’ op gewone dingen.

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.