Urine

Op het laboratorium onderzoeken ze plas, ook wel urine genoemd. Je kunt eraan zien of iemand goed gezond is. Met je oog kun je er niet veel aan zien. Daarom onderzoeken ze het onder de microscoop. Om urine te laten onderzoeken, moet je plassen in een plastic potje met een dekseltje. Dat kun je inleveren bij het laboratorium.

In urine zitten een heleboel afvalstoffen. Dit zijn stoffen die je lichaam niet meer kan gebruiken. Ze moeten dus het lichaam uit. Urine bestaat voor het grootste deel uit water. In dat water zitten de afvalstoffen opgelost. Soms veel, soms weinig. Die afvalstoffen hebben moeilijke namen bijvoorbeeld ureum, kreatinine of urobiline.

 

Vijf of zes keer plassen per dag


Urine wordt gemaakt in je nieren. Een nier is ongeveer even groot als je vuist. Je hebt twee nieren. Ze liggen achterin je rug, net boven je middel. Via de nieren gaat de urine naar je blaas; hierin wordt het een tijdje bewaard. De blaas moet een paar keer per dag worden leeggemaakt. Dat noem je plassen. Als je gewoon drinkt, moet je ongeveer vijf of zes keer plassen. Alles bij elkaar is dat ongeveer een liter, misschien ietsjes meer. Als je veel drinkt, moet je vaker plassen dan wanneer je weinig drinkt.

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.